Gerechtsjournalistiek onder de loep

Een kritische blik op de relatie tussen media en justitie

Gerechtsjournalisten op huizenjacht

leave a comment »

(Eigen foto) Artikel in De Morgen van 5 november


De roofmoord in Wemmel. De geweldpleging op een elfjarig meisje in Rotselaar. Beide nieuwsfeiten kwamen uitgebreid aan bod in de media. De manier waarop liet echter te wensen over. Elke krant publiceerde foto’s van de huizen waarin de misdrijven plaatsvonden. Deze illustraties namen pakweg de helft van de pagina in beslag. Zelfs De Morgen en De Standaard hadden door de gigantische foto’s meer weg van vastgoedmagazines dan van de kwaliteitskranten die ze horen te zijn. Ook in de televisiejournaals deinsde men er niet voor terug om de woningen van de getroffen families in beeld te brengen. Het is mij een raadsel waarom redacteurs het nodig vinden om foto’s van de huizen waarin het geweld zich heeft afgespeeld te publiceren. Zorgen die foto’s voor enige meerwaarde of tasten ze de privacy van de betrokken nog verder aan?

Trop is teveel

Ik sluit me aan bij de laatste stelling. Het kan niet de bedoeling zijn dat slachtoffers nog meer leed te verduren krijgen. Toch zorgt de gedetailleerde en rijkelijk geïllustreerde berichtgeving ervoor dat de betrokken personen gemakkelijk geïdentificeerd kunnen worden. Als ik een voorbeeldje mag geven? In het artikel “Levenslang voor een gezin” dat op 5 november in De Morgen verscheen, zijn heel wat persoonlijke gegevens terug te vinden die kunnen leiden tot identificatie van het gezin uit Rotselaar. Zo vermeldt journaliste Sue Somers tot tweemaal toe de straat waarin het gezin woont. De Morgen geeft de voornaam en de eerste letter van de achternaam van het slachtoffer weer. Ook de voornamen van de ouders worden vermeld. Uiteraard begeleidt een enorme foto van hun woning, met herkenbaar huisnummer, het artikel. Tot slot geeft de journaliste nog even mee in welk ziekenhuis het meisje verblijft. Genoeg details?

Spelregels

Laten we even teruggrijpen naar de code van de Raad voor de Journalistiek. Artikel 23 van die code stelt duidelijk: “De journalist respecteert het privéleven van personen en tast het niet verder aan dan noodzakelijk in het maatschappelijk belang. De journalist gaat in het bijzonder omzichtig om met mensen in een maatschappelijk kwetsbare situatie, zoals minderjarigen, slachtoffers van criminaliteit, rampen en ongevallen, en hun familie”. Deze richtlijn wordt verderop in de code uitgewerkt (http://www.rvdj.be/journalistieke-code). Belangrijk is dat voor slachtoffers geldt: “De voornaam, de eerste letter van de familienaam, de leeftijd en de woonplaats kunnen eventueel worden vermeld”.

Tot zover geen probleem. De kranten hebben de hen toegestane identificatiemogelijkheden zo goed mogelijk benut. Op zich is daar niets mis mee. Men mag echter niet vergeten dat zowel het slachtoffer als de dader minderjarig zijn. De regels omtrent identificatie zijn in dit geval nog strenger. Hoewel de kranten geen herkenbare foto’s publiceren en de deontologische code op het eerste zicht naleven, schenden ze toch de privacy van het gezin. Gezien de tonnen informatie is het voor een doorgewinterd journalist of internetadept namelijk een eitje om te achterhalen om welk gezin het gaat. Volgens Filip Verhoest, ombudsman bij De Standaard, kan iedereen die een beetje zoekwerk op google en facebook verricht hun identiteit achterhalen. Hij legt de vinger op de wonde. Om het met een kanjer van een boutade te zegen: In het internettijdperk is heel wat informatie erg snel binnen handbereik.

Vaag, vager, vaagst

Tijdens een gastcollege aan de Universiteit Gent op 15 december 2010 wijst Verhoest op een ander probleem. “De strafwet is niet zo duidelijk als het lijkt wat betreft identificeerbaarheid. Wat wordt hier precies mee bedoeld? Mag niemand in staat zijn de meisjes op basis van de berichtgeving te herkennen? Dat zou betekenen dat hun identiteit ook voor de mensen uit de buurt of de gemeente een raadsel moet blijven. Aangezien de buurtbewoners sowieso op de hoogte zijn van de feiten, denk ik niet dat dit de bedoeling kan zijn. Wanneer een kleine minderheid de meisjes kan identificeren, is er volgens mij geen fout gemaakt.”

Niet alleen de strafwet kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden, ook de code van de Raad voor de Journalistiek heeft af te rekenen met hetzelfde probleem. De media hebben de richtlijnen van de code elk op hun manier geïnterpreteerd. Dit weerspiegelt zich in de hoeveelheid informatie die men vrijgeeft. Zo geeft De Standaard de straatnaam niet weer, terwijl andere dagbladen daar duidelijk geen graten in zien. De geïnteresseerde lezer kon op die manier heel wat informatie (afkomstig uit verschillende kranten) bijeensprokkelen waardoor identificatie alsnog mogelijk werd. Als alle media op één lijn zitten qua berichtgeving, kunnen zulke toestanden vermeden worden. Een logische vraag is dan ook: “Is de nieuwbakken code reeds aan herziening toe?”

Noot: De Standaard verschafte niet zoveel informatie als sommige andere dagbladen. Verhoest in mediakritiek (http://www.mediakritiek.be/index.php?page=511&detail=960): “Het huisnummer is onherkenbaar gemaakt en de brievenbus (met huisnummer) staat niet op de foto. De foto toont ook enkel de gezinswoning, niet de woningen ernaast. Het artikel vermeldt de straatnaam niet. We hebben gestreefd naar een zo anoniem mogelijke voorstelling van het huis.”

  

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: